top of page

Wat staat er in de doorstroomtoets? Voorbeeldopdrachten, moeilijke onderdelen en hoe je oefent

In mijn vorige blog legde ik uit wat de doorstroomtoets is en welke toetsen er zijn. Nu ga ik verder de diepte in: wat staat er precies in de toets, hoe zien de opgaven eruit en waar lopen leerlingen op vast? Ik bespreek voorbeeldopdrachten van de doorstroomtoets voor alle drie de onderdelen — lezen, taalverzorging en rekenen. Als intern begeleider zie ik elk jaar opnieuw welke onderdelen leerlingen verrassen — en waar ze punten laten liggen die ze eigenlijk niet hoeven te laten liggen. Mijn collega Annet, leerkracht van groep 8, deelt daarbij haar eigen ervaringen uit de klas.



Leerkracht groep 8 bespreekt doorstroomtoets voorbeeldopdrachten


Doorstroomtoets voorbeeldopdrachten: de drie onderdelen

De doorstroomtoets bestaat uit drie verplichte onderdelen: lezen, taalverzorging en rekenen. Hieronder bespreek ik elk onderdeel, geef ik een voorbeeldopdracht en leg ik uit wat leerlingen doorgaans moeilijk vinden.


Onderdeel 1: Lezen

Bij lezen worden leerlingen beoordeeld op hun vermogen om teksten te begrijpen, te interpreteren en er informatie uit op te halen. De teksten variëren: informatieve teksten, beschouwingen, instructieteksten en soms advertenties of infographics. De vragen gaan over:

Tekstbegrip: begrijp je wat de auteur bedoelt? Woordenschat: wat betekent dit woord in deze context? Samenvatten: wat is de hoofdgedachte van deze alinea? Opzoeken: welke informatie vind je terug op welke plek in de tekst?


Voorbeeldopdracht lezen:

Voorbeeldopdracht lezen doorstroomtoets groep 8 - 3LOK Onderwijs

Voorbeeld uit het oefenboek Begrijpend lezen E8 - groep 8 van 3lok Onderwijs


Wat zien we in de praktijk?

Leerlingen lezen te snel en missen daardoor de nuance in de vragen. Vragen die vragen om de hoofdgedachte of de bedoeling van de auteur zijn lastiger dan vragen naar feitelijke informatie. "Ik leer mijn leerlingen om eerst de vragen te lezen, dan pas de tekst," zegt Annet. "Dat scheelt veel tijd en vergissingen op de toetsdag."


Onderdeel 2: Taalverzorging

Taalverzorging bestaat uit drie sub-onderdelen:


Spelling niet-werkwoorden — categorieën zoals gesloten lettergreep, open lettergreep, -lijk/-ig, trema, koppelteken, samengestelde woorden en leenwoorden.


Werkwoordspelling — stam, persoonsvorm, voltooid deelwoord, -dt of -t.


Leestekens — punt, komma, uitroepteken, vraagteken, aanhalingstekens, apostrof.

Bij Cito Leerling in Beeld maakt de leerling ook een dictee, waarbij woorden worden voorgelezen en opgeschreven.


Voorbeeldopdrachten taalverzorging:

Voorbeelden uit het oefenboek Taalverzorging E8 - groep 8 van 3lok Onderwijs


Wat zien we in de praktijk?

Werkwoordspelling is veruit het lastigste onderdeel. De regels zijn abstract en vragen om inzicht in zinsstructuur — ook bij leerlingen die het verder goed doen. Leestekens worden onderschat: leerlingen kennen de basisregels maar passen ze onder tijdsdruk verkeerd toe. "Ik begin met werkwoordspelling al vroeg in het schooljaar," vertelt Annet. "Niet pas in januari, want dan is het te laat om het echt in te slijpen." Als intern begeleider zie ik in de LVS-data precies bij welke leerlingen dit onderdeel al vroeg aandacht verdient — en dat is waardevolle informatie voor de leerkracht lang vóór de toets.


Onderdeel 3: Rekenen

Het rekenonderdeel is opgebouwd uit vier domeinen:


Getallen — optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen, breuken, kommagetallen, negatieve getallen, afronden.


Verhoudingen — procenten, schaal, verhoudingstabellen.


Meten en meetkunde — oppervlakte, inhoud, omtrek, hoeken, coördinaten.


Verbanden — grafieken aflezen en interpreteren, tabellen, formules.


Voorbeeldopdracht rekenen:

Voorbeeldopdracht rekenen doorstroomtoets groep 8 - 3LOK Onderwijs

Voorbeeld uit het oefenboek Rekenen E8 - groep 8 van 3lok Onderwijs


Wat zien we in de praktijk?

De combinatie van leesvaardigheid en rekenen maakt redactiesommen lastig. Leerlingen die het rekenen zelf goed beheersen, lopen soms vast op het begrijpen van de vraagstelling. Procenten en verhoudingen zijn inhoudelijk de moeilijkste onderdelen. "Ik laat mijn leerlingen een redactiesom eerst in eigen woorden uitleggen vóór ze gaan rekenen," zegt Annet. "Dat dwingt tot goed lezen en voorkomt veel fouten." Vanuit mijn rol als intern begeleider adviseer ik leerkrachten om hier al in groep 7 mee te beginnen — wie dit patroon vroeg aanleert, heeft er in groep 8 profijt van.


Hoe oefenen ouders en leerkrachten het beste?

Voor leerkrachten: Begin vroeg in het schooljaar met het bespreken van de opbouw van de doorstroomtoets. Laat leerlingen kennismaken met de vraagstelling via losse oefeningen — niet als examenstress maar om vertrouwd te raken met de vraagstelling. Besteed in de tweede helft van het schooljaar extra aandacht aan werkwoordspelling en verhoudingsvraagstukken, want dit zijn de onderdelen waar de meeste leerlingen punten laten liggen.


Voor ouders: Oefenen thuis hoeft niet intensief te zijn. Tien tot vijftien minuten per dag, structureel, is effectiever dan sporadische marathonsessies. Kies oefenmateriaal dat aansluit op de vraagstelling van de doorstroomtoets — niet op de methode die de school gebruikt. Die vraagstelling is anders en dat verschil is groot genoeg om leerlingen op de toetsdag te verrassen.


De oefenboeken van 3LOK Onderwijs zijn afgestemd op de leerlijnen voor groep 8 en sluiten aan op de vraagstelling van Cito Leerling in Beeld en IEP. Per onderdeel bouwen leerlingen systematisch de vaardigheden op die de toets vraagt.



Tot slot

De doorstroomtoets vraagt specifieke vaardigheden — en een vraagstelling die leerlingen niet altijd gewend zijn vanuit de klas. Wie weet wat er komt en daar gericht op heeft geoefend, staat met meer zelfvertrouwen aan de start. Dat is het beste wat je als ouder of leerkracht kunt doen.


Intern begeleider basisonderwijs, samen met Annet — leerkracht groep 8



Aanbevolen oefenmateriaal voor groep 8


Oefenboeken doorstroomtoets groep 8 deel 1 & deel 2 – Cito & IEP
€34.95
bekijk product

bottom of page