

Doorstroomtoets groep 8
Groep 8 is een belangrijk schooljaar. In de eerste maanden maken kinderen leerlingvolgsysteemtoetsen, zoals van Cito of IEP, om hun ontwikkeling te volgen. In februari maken zij de verplichte doorstroomtoets. De uitslag helpt bij het bepalen van het definitieve schooladvies voor het voortgezet onderwijs.
Welke doorstroomtoets gebruikt de school?
Basisscholen mogen zelf kiezen welke doorstroomtoets zij gebruiken. De bekendste toetsen zijn die van Cito en IEP. Daarnaast bestaan er ook andere toetsen, zoals DIA en Route 8. Hoewel de namen verschillen, toetsen deze toetsen vergelijkbare onderdelen van taal en rekenen.
Wat wordt er getoetst in de doorstroomtoets?
De doorstroomtoets bestaat uit onderdelen van taal en rekenen. Bij taal gaat het onder andere om begrijpend lezen, spelling en taalverzorging. Leerlingen oefenen bijvoorbeeld met zinsontleding, leestekens en hoofdletters.
Bij rekenen komen verschillende onderwerpen aan bod, zoals hoofdrekenen, breuken, procenten, verhoudingen, meten, inhoud en oppervlakte. De toets laat zien hoe goed een leerling de basisvaardigheden van de basisschool beheerst.
Wanneer maken kinderen de doorstroomtoets?
De doorstroomtoets wordt ieder jaar in februari afgenomen. Scholen plannen hiervoor een aantal vaste toetsmomenten. De uitslag volgt meestal enkele weken later. Op basis van deze uitslag wordt het schooladvies voor het voortgezet onderwijs definitief vastgesteld.
Waarom oefenen voor de doorstroomtoets?
Door te oefenen raken kinderen vertrouwd met de vraagstelling en het niveau van de opdrachten. Dit kan helpen om meer zelfvertrouwen te krijgen bij het maken van de toets. Oefenen is vooral nuttig voor onderdelen die een kind nog lastig vindt, zoals begrijpend lezen of rekenen.





